TANDEN EN KIEZEN
 

EEN FRET IS EEN VLEESETER  

Een fret is een vleeseter.
Je kunt een fret wel af en toe verwennen met een rozijntje of een stukje appel. Maar jouw fret zal toch vooral vlees eten. Te veel fruit is zelfs niet goed. Je zal merken dat het diertje dan last van zijn buik gaat krijgen.

Om het vlees goed naar binnen te krijgen heeft een fret een vleesetergebit. Er zijn ook dieren die alleen maar insecten eten, die hebben een insectenetergebit, bijvoorbeeld een vleermuis. Dieren die alleen planten eten, hebben een plantenetergebit, zoals bijvoorbeeld het konijn en de haas. Dan zijn er ook nog dieren die zowel planten als dieren eten. Deze dieren hebben een allesetergebit, zoals bijvoorbeeld apen. Mensen hebben ook een allesetergebit.

MELKGEBIT  

Zie de dubbele hoektanden: melkgebit čn blijvend gebit Een fret is een zoogdier.
Jonge zoogdieren drinken melk bij hun moeder. Vandaar dat ze nog geen vlijmscherpe tanden hebben. Fretten worden dus net als mensenbaby's geboren zonder tanden. Na ongeveer 14 dagen krijgt een frettenpup melktandjes en na ongeveer 47-52 dagen krijgt de pup 'volwassen' tanden en kiezen. Tussen de 56-70ste dag vallen dan de melktanden uit. Een fret kan een beetje uit zijn doen zijn tijdens het wisselen. Soms eten ze niet zo goed omdat ze een beetje pijn in hun bek hebben.
Met een beetje geluk en goede ogen, vind je soms wat van die  melkkiezen terug in het hok. Hieronder zie je de melk(knip)kiezen van een frettenpup met daarnaast de melktand van een mens


Een fret krijgt uiteindelijk zowel links als rechts:
3 snijtanden boven en onder
1 hoektand boven en onder
3 onechte kiezen boven en onder, deze kiezen noem je ook wel premolaren
1 echte kies boven en 2 echte kiezen onder, deze kiezen noem je ook wel molaren
(soms komen er meer snijtanden voor)

Premolaren zijn kiezen die in de kaak aanwezig zijn bij de geboorte en door komen als melkgebit. Ze worden later vervangen voor blijvende kiezen. Deze kiezen worden gebruikt om het voedsel in stukjes te 'knippen' (knipkiezen). 
Molaren zijn kiezen die later doorkomen. Dit zijn de laatste kiezen in de frettenkaak. Deze kiezen worden gebruikt om het voedsel te malen.
 

DE TANDEN VAN EEN FRET GROEIEN NIET DOOR ZOALS BIJ KONIJNEN

Bij planteneters blijven de tanden en kiezen doorgroeien. Als je zelf een konijn hebt dan weet je dat misschien al. Bij de knaagtanden van een muis groeien de tandjes wel drie en bij een cavia wel vijf millimeter per week! Deze diertjes moeten dus flink op harde dingen door blijven knagen anders krijgen ze veel te lange tanden.

Net als bij andere vleeseters en alleseters groeit het gebit van een fret niet meer door. Door het gebruik worden de tanden en kiezen zelfs kleiner! Ze slijten af. 

 

VLEESETERS   
Ik moet altijd een beetje griezelen als ik de hoektanden van een tijger of leeuw zie. Vleeseters hebben hoektanden als dolken. Dat moet ook wel want deze dieren hebben die hoektanden nodig om hun prooi te vangen! Met die hoektanden kan een vleeseter zijn prooi stevig vast houden. En als de prooi eenmaal gevangen is, heeft een vleeseter geen mes en vork bij zich om het vlees in stukjes te snijden. Met zijn hoektanden scheurt hij het vlees in stukken...
De kiezen van een vleeseter zijn niet plat zoals bij ons, mensen. Ze zijn puntig en scherp. We noemen zulke kiezen: knipkiezen. Bij het eten glijden deze kiezen voor een deel langs elkaar. Net als de twee helften van een schaar. Een vleeseter kan er niet mee kauwen, maar het krijgt er dus wel grote stukken vlees mee klein. 
De kiezen achterin de kaak zijn wat vlakker en snijden niet langs elkaar zoals de knipkiezen. Deze kiezen worden gebruikt om het voedsel te malen. 
De snijtanden zijn maar heel klein bij vleeseters. Die worden gebruikt om restjes vlees van het bot te raspen. Maar deze tanden worden ook gebruik om de eigen vacht schoon te houden!

Natuurlijk heeft een fret niet zo'n grote kaak als een tijger of leeuw. De kiezen en tanden zijn veel kleiner. Maar als je wel eens door een spelende fret gebeten bent, kun je je voorstellen dat het kleine beestje een goede jager is!

TANDSTEEN 
1 keer per jaar ga je met je fret naar de dierenarts voor een jaarlijkse controle. Tijdens die controle krijgt de fret zijn inentingen. Voordat de dierenarts het diertje zijn inentingen geeft, luistert hij eventjes naar het hartje van de fret. Hij kijkt of het diertje oormijt heeft, maar controleert ook of het gebit er nog goed uit ziet. Hij kijkt of er bij de fret geen stukken tand zijn afgebroken. Soms ziet de dierenarts dat het diertje tandsteen heeft. Tandsteen is een bruin-groene neerslag van voedselresten die hard is geworden. 

Het geven van harde brokjes is goed tegen tandsteen. Zie je toch tandsteenvorming dan kun je samen met papa of mama kijken of je het er -voorzichtig!-  met je nagel af kunt krabben. Als dat niet of niet voldoende lukt, moet je eventjes bij de dierenarts langs gaan.
Als een fret veel last van tandsteen heeft, zal de dierenarts het diertje onder narcose (= een diepe slaap) brengen en dan met een speciaal apparaat het tandsteen verwijderen. De dierenarts kijkt dan meteen of er tanden of kiezen los zitten of ontstoken zijn. Dan kan hij dat ook meteen behandelen.
Een dierenarts is dus niet alleen een dierendokter maar ook een dierentandarts!

GEBIT EN LEEFTIJD 
Aan het gebit van levende wezens kun je zien hoe oud ze ongeveer zijn. Vooral bij paarden (planteneter) kun je dat goed zien omdat de tanden en kiezen van een paard in de loop der jaren nog behoorlijk veranderen. Een paard houdt een aantal jaren zijn melkgebit en wisselt dan in een paar jaar het gebit. Ook gaan de snijtanden na een aantal jaren steeds schuiner staan. Een paardenkoper kijkt daarom altijd goed naar het gebit voordat hij overgaat tot het kopen ervan. Daar komt ook ons spreekwoord: 'Je moet een gegeven paard niet in de bek kijken' vandaan!
Zoals je net hebt gelezen heeft een fret slechts enkele weken het melkgebit. Maar als een fret wat ouder wordt, kan bijvoorbeeld de dierenarts aan de slijtage van het gebit zien hoe oud het dier ongeveer is.

Met dank aan DAP Leezer te Rijswijk, voor het geven van achtergrondinformatie over het gebit van de fret.